Ons netwerk is klaar voor de toekomst

Het begon met een gewone vriendendienst, om vervolgens op enkele jaren tijd uit te groeien tot een succesvolle telecomprovider. Vandaag is edpnet, gelegen in Sint-Niklaas, een van de meest snelgroeiende middelgrote ondernemingen in de provincie Oost-Vlaanderen. De sleutel voor het succes? Het magazine 'Het bedrijf' vroeg het aan CEO Philip Deutz.

Philip Deutz, CEO edpnet

Edpnet ontstond 12 jaar geleden als hardwarebedrijf in een simpele garage. Hoe is dit precies verlopen?

Eigenlijk begon het zelfs allemaal nog iets vroeger dan dat. Van een goede vriend kreeg ik in ’93 de vraag of ik ergens een adres wist voor het aankopen van een goede printer. Op dat moment ben ik beginnen rondkijken of ik ergens een printer aan een goede prijs op de kop kon tikken en zo is de bal aan het rollen gegaan. In ’96 heb ik vervolgens besloten om dit fulltime te gaan doen. Al snel boden wij zowel hardals software aan, installeerden we netwerken, systemen,… In die tijd was internet aan het opkomen en verkochten we ook internet aan verschillende bedrijven. We merkten meteen dat dit een markt met veel mogelijkheden was, en in 1999 hebben we naast onze andere activiteiten edpnet opgericht. De kans op slagen was moeilijk in te schatten, dus dit had evengoed kunnen uitdraaien op een gigantische flop, want niemand wist toen wat internet te bieden had. Op een bepaald moment moet je toch keuzes gaan maken, en hebben we onze software- en hardwaretak verkocht, om ons 100% op het internet te focussen.

En stond u van bij het begin aan het roer?

Mijn vader had op dit moment reeds een schat aan managementervaring in pacht, in tegenstelling tot ikzelf, die toen nog een onervaren snaak was. Dus nam hij de taak van zaakvoerder op zich. Zowel technische als financiële zaken begeleiden is immers zeer arbeidsintensief en complex, maar in 2009 kreeg ik iets meer tijd zodat ik zelf de functie van CEO kon opnemen. Wij hebben echter altijd als team samengewerkt, een team waarvan ik nu min of meer de frontman ben geworden. Strikt genomen is er eigenlijk niet zoveel veranderd, enkel formeel gezien.

Welke evolutie maakte het bedrijf door sinds de opstart in 1999?

Vergeleken met de beginperiode is ons bedrijf vandaag niet meer herkenbaar. Het is allemaal zeer snel gegaan. Een snelheid van 64kb/s was ons eerste aanbod voor onze klanten, vandaag is dit überhaupt niet meer van toepassing. Tegenwoordig is ons netwerk verspreid over verschillende landen met capaciteiten van 3, 2 terabits per seconde, een enorme evolutie. De uitbreiding naar andere landen is een strategische keuze geweest. Het probleem dat zich in elk land voordoet, is het feit dat er overal één of meerdere monopolisten aanwezig zijn, die een groot marktaandeel hebben en waardoor het zeer moeilijk wordt om een groot marktaandeel uit te bouwen. Daarnaast weet niemand wat er precies met het internet zal gebeuren: misschien beslist de Belgische overheid morgen dat een basisdienst als internet een verplichting moet worden, die slechts door een enkel bedrijf mag aangeboden worden. Dit zijn zaken die niet te voorspellen vallen en waar een internetbedrijf op voorbereid moet zijn.

In Duitsland bijvoorbeeld werd onlangs een wet gestemd waarbij Deutsche Telecom een alleenrecht kreeg op het aanbieden van VDSL. Europa heeft deze wet tegengehouden. Voor ons is dit echter een teken aan de wand dat we ons naar de toekomst toe beter moeten beveiligen voor dergelijke zaken om ons bestaan te consolideren. Dit doen we door uit te breiden naar meerdere landen en verschillende producten aan te bieden.

Hoe ziet het productaanbod er vandaag uit?

Binnen ons productaanbod hebben we drie verschillende takken: de retailbusiness waarin we in België en Nederland de internetverbindingen voor eindgebruikers verzorgen, de b2b-afdeling waarbinnen we diensten leveren aan bedrijven in Nederland, België en Rusland, en als laatste de tak waarin we aan andere internetproviders en hostingbedrijven capaciteiten en internettoegang verkopen. Deze laatste tak verzorgen we in heel Europa, Rusland en de Verenigde Staten. Het geheel van deze verschillende takken samen maakt ons bedrijf net zo interessant.

In een onderzoek van Test Aankoop in 2009 kwam enkel edpnet positief uit de cijfers van een grootschalig onderzoek dat polste naar klantentevredenheid. Is dit een van jullie grootste troeven?

Dat is onze grootste troef! Enkel op basis van service kan je immers het verschil maken met de concurrentie. Ik maak in dit opzicht vaak de vergelijking met de autoindustrie. Het verschil tussen een auto van het ene of andere merk schuilt ook in de aangeboden opties, de service,… Het zijn nog altijd de klanten zelf die ons helpen en doen groeien. Terwijl een monopolistisch bedrijf meer opereert vanuit het standpunt dat de klanten er toch reeds zijn en niet zullen weggaan uit gebrek aan alternatieven, vertrekken wij vanuit een klantgericht oogpunt.

Vorig jaar werd edpnet nog verkozen tot een van de Trends Gazellen 2010 voor de provincie Oost-Vlaanderen. En dit in een crisisjaar. Wat is de sleutel van dit succes?

Onze langetermijnvisie bestaat erin steeds een goede service te leveren naar onze klanten toe. Het feit dat we geen beursgenoteerd bedrijf zijn, maakt deze visie mogelijk. Wij moeten immers geen kwartaalcijfers voorleggen aan een groep aandeelhouders, waardoor we makkelijker kunnen zeggen dat we een slecht jaar tegemoet gaan waarin we wel blijven investeren in de toekomst.

Van de financiële crisis hebben we eerlijkgezegd ook niet al te veel gemerkt. Internet heeft natuurlijk zijn eigen crisissen, die op andere tijdstippen plaatsvinden. In 1999, toen wij ons bedrijf aan het opstarten waren, woedde een internetcrisis, de dotcombubbel. Wij zijn dus altijd gewend geweest om in crisistijden gewoon verder te werken…

Internet is een branche die constant evolueert. Ontwikkelen jullie intern nieuwe technologieën of gebeurt dit extern?

Nieuwe technologieën worden altijd extern ontwikkeld. Wij zouden bijvoorbeeld morgen zelf een nieuwe technologie kunnen ontwikkelen, maar als iemand daar apparatuur voor maakt en mee verder gaat, is dit een maat voor niks. Het komt er op aan nieuwe technologieën toe te passen in het netwerk. Over de hele wereld worden comités samengesteld waarin men discussieert over bepaalde standaarden die zullen ingevoerd worden, zodanig dat iedereen weet dat we apparatuur maken die op bijvoorbeeld ADSL kan werken. Alles moet immers compatibel zijn.

Met welke baanbrekende technologieën zijn jullie vandaag zoal bezig?

Op dit ogenblik zijn we sterk bezig met de DWDM-technologie. (Dense Wavelenght Division Multiplexing). Het wit licht dat door glasvezels wordt gestuurd gaat met deze technologie doorheen een prisma zodat je verschillende kleuren krijgt. Al deze kleuren krijgen bijgevolg dezelfde capaciteit als het wit licht, waardoor de capaciteit wordt vermenigvuldigd. Wij zien toch dat het bandbreedteverbruik op het internet elk jaar drie à vier keer verdubbelt. Mensen verlangen ook steeds meer van het internet: films kijken en downloaden en dergelijke meer vergen enorme bandbreedtes. En internet zal in de nabije toekomst nog intenser worden gebruikt. Videoconferencing bijvoorbeeld: mensen verspreiden zich steeds meer over de wereld. Binnenkort bellen we naar onze vrienden in Hong Kong met onze televisie: blokjeskwaliteit zal niet meer voldoen, er wordt High Definition verwacht… Deze richting gaat het uit en dit vraagt steeds meer capaciteit. Wij moeten er voor zorgen dat ons netwerk hier klaar voor is.

Wat zijn de grootste uitdagingen waar edpnet als onafhankelijke telecomleverancier mee wordt geconfronteerd?

Ongetwijfeld het samenwerken met de monopolisten in deze markt! Deze grote spelers zijn kleinere providers liever kwijt dan rijk, omdat ze verplicht zijn om bepaalde diensten aan concurrenten aan te bieden. Aan de andere kant weten zij ook dat wanneer er geen concurrenten zouden zijn het nog moeilijker wordt op de markt. Regulators zoals het BIPT (Belgische regulator voor telecommunicatie) moeten er immers voor zorgen dat er steeds concurrentie op de markt is. Er ontstaat op deze manier een gedoogbeleid maar ook een beleid van ‘laat die kleinere spelers alstublieft niet te groot worden’, maar dit heb je in elk land.

Zijn de grote spelers ook de grootste concurrenten of vormen de kleinere spelers eveneens een bedreiging?

De grootste concurrenten, en dit geldt ook voor andere landen, zijn nog steeds de vroegere monopolisten. Laat ik ze de RTT’s van deze wereld noemen. Uiteindelijk hebben zij het netwerk gekregen waar wij als gemeenschap voor betaald hebben, de klanten kwamen vanzelf. Wat dat laatste betreft zitten zij natuurlijk ergens in een moeilijke positie. Zij kunnen immers enkel klanten verliezen.

Kan de overheid iets doen aan het gebrek aan concurrentie waardoor grote spelers in België nog steeds relatief vrij spel hebben?

De overheid kan hier zeer veel aan doen, voor hen is het echter geen al te grote prioriteit. In België heerst een tweeledig gevoel: de grootste aandeelhouder van bijvoorbeeld Belgacom is immers de Belgische staat zelf. In mijn visie is de liberalisering van de markt redelijk knullig verlopen, in de zin dat men niet al te hard heeft nagedacht over de te volgen richting. Als de infrastructuur om internet aan te bieden, het netwerk dus, niet goed is in een land, gaat dit land er ook economisch op achteruit. Indien deze infrastructuur bij de overheid had gelegen, had deze veel makkelijker kunnen beslissen dat bijvoorbeeld iedereen in dit land thuis direct op fiber moet kunnen internetten. Dit netwerk kan dan aangeboden worden aan operatoren die daarop kunnen inkopen aan een bepaalde prijs om aan te bieden aan de mensen. Met het elektriciteitsnetwerk bijvoorbeeld heeft de overheid dit wel gedaan. Het hoogspanningsnetwerk blijft in handen van de staat en de operatoren die hierop bieden, kunnen de stroom verkopen aan de eindgebruiker. In de meeste Europese landen is ook het internet op deze manier geregeld. Ik vind het jammer dat de overheid het netwerk, dat economisch zeer belangrijk is voor een land, niet in een apart bedrijf heeft gecentraliseerd waar iedereen op kan inkopen. Dan pas kan gekeken worden wie de beste voorwaarden, beste prijs en beste service biedt.

En dit zou dan ten goede komen aan de hoge internetprijzen in België.

Ja! De prijzen worden nu immers bepaald door de monopolisten. Zij bieden alternatieve operatoren diensten aan tegen een bepaalde prijs. Als die kostprijs hoog is, zullen de prijzen in de markt vanzelfsprekend ook hoog liggen.

Een Europese regulator zou een oplossing kunnen zijn om de prijzen in de Eurozone op gelijke hoogte te brengen. Maar als je ziet dat we na de Europese bankencrisis met moeite een regulator hebben in deze sector, verwacht ik in de nabije toekomst geen verandering. In de telecomwereld hebben we vooralsnog dergelijke crisis niet gekend.

Kunnen we het feit dat edpnet geen TV-aanbod kan en mag aanbieden, ook binnen deze problematiek kaderen?

Dit is inderdaad ongeveer hetzelfde verhaal, alleen nog gecompliceerder. Televisie is immers geen federale bevoegdheid, maar een bevoegdheid van de gewesten. Laat het mij nu heel cru stellen: ook hier heeft de staat haar werk niet naar behoren uitgevoerd. Ooit zal het kabelnetwerk opengegooid worden, maar dit is niet voor direct. Het feit dat we het in ons land al een tijdje zonder regering moeten stellen, bevordert deze zaken natuurlijk ook niet.

In theorie zouden wij gemakkelijk via de koperkabel televisie kunnen aanbieden. Volgens Belgacom echter wordt het netwerk dan te zwaar belast, terwijl iedereen weet dat die technische beperking er is pour les besoins de la cause, want zij bieden er immers zelf televisie op aan. Als bedrijf kan je klagen dat dit toch allemaal niet eerlijk verloopt, maar je moet gewoon verder.

Vervult het BIPT zijn functie als waakhond dan wel naar behoren?

Het BIPT heeft natuurlijk maar een bepaald kader waarin ze mag opereren. Als dat kader niet uitgebreid wordt of ze niet voldoende macht krijgt dan houdt het daar ook op. Het zou beter zijn, mocht het BIPT autonoom kunnen beslissen. Nu worden bepaalde beslissingen aangevochten voor de rechtbank, wat weer een pak onzekerheden met zich meebrengt in de markt.

Wat zijn de verdere ambities van edpnet?

Wij zouden graag als bedrijf een Europese telecomspeler worden met een marktpercentage van 5% in ieder Europees land. Meer dan dat is moeilijk haalbaar, ook door de grote jongens die er gevestigd zijn. Maar indien we deze 5%-doelstelling kunnen halen, staan we al heel ver. Een goede service bieden aan de klanten zodat de klantentevredenheid hoge toppen scheert, is onze topprioriteit. Dan volgt de rest wel van zelf.

Bron: Het Bedrijf - februari 2011 - Jeroen De Coster